Worden zoals Jezus/Yeshua

Wat maakt dat wij zouden moeten, mogen, kunnen worden zoals Jezus was?

Luister goed! Ik zeg jullie: iedereen die in Mij gelooft, zal dezelfde dingen doen als Ik. Hij zal nog geweldiger dingen doen.
JOHANNES 14:12 BB
https://bible.com/bible/1276/jhn.14.12.BB

In de bijbel staat

Wat een groot geheimenis is dat, begrijp jij het? Dit is wel de reden dat wij ons uit mogen strekken naar pastoraat/hulpverlening volgens de Jezus stijl. Want de resultaten die Jezus boekt(e) zijn verbluffend.
Wat er voor nodig is? Geloof in Hem en vertrouwen op Hem. (zoals in de twee vertalingen te lezen staat).

De Jezus stijl.

De EPT stijl

Mijn stijl

De Jezus stijl.

1A. Wie was/is Jezus?

Hier kun je boeken over schrijven, dat is ook al wel gebeurt. Er zijn de laatste tientallen jaren veel boeken over Jezus geschreven waarin de schrijvers veelal een Jezus weergeven als een soort spiegelbeeld van hun eigen onvervulde wensen en verlangens.

Ik wil geen nieuw beeld van Jezus schetsen maar meer een beeld zoals ik dat ook van mijn vrouw zou kunnen schetsen: Je kunt haar aardig leren kennen door de beschrijving die ik geef maar je weet nooit precies wat zij gaat zeggen als zij haar mond open doet.
Het is in mijn ogen niet mogelijk om een compleet beeld van Jezus te geven, hooguit kun je een idee krijgen over hoe Hij deed, wat Hij zei, bij wie en vanuit welke houding. Maar compleet krijg je het plaatje niet want net als bij mijn vrouw: je weet nooit zeker wat Hij het volgende moment gaat zeggen als Hij zijn mond open doet.

Wie Jezus is wordt ook niet volledig duidelijk als we de evangeliën vlug doorbladeren. Ik heb me al vele malen verdiept in Jezus maar elke keer weer komen er nieuwe inzichten bij mij op.

Jezus heeft vele voorbeelden gegeven die mij aanspreken en daar zal ik ook één en ander van benoemen maar het zal geen compleet beeld geven.

Ik maak een tweedeling:

A: Jezus was een mens

 

B: Jezus is de Zoon van God.

A. De mens Jezus.

In de bijbel staat:

Matheus 1:18 ¶ Aan de geboorte van Jezus Christus gingen enkele bijzondere gebeurtenissen vooraf. Toen Zijn moeder Maria met Jozef verloofd was (en dus nog niet met hem samenwoonde) bleek zij in verwachting te zijn door de Heilige Geest. 19  Jozef wilde de verloving verbreken. Maar omdat hij een goed man was, besloot hij het in stilte te doen om haar de schande te besparen. 20  Terwijl hij hierover lag na te denken, kreeg hij een droom en zag een engel van God naast zich staan. “Jozef, zoon van David”, zei de engel, “u kunt gerust met Maria trouwen. 21  Zij is in verwachting door de Heilige Geest. Zij zal een zoon krijgen, die u Jezus moet noemen. Dat betekent ‘God redt’. 22  Want Hij zal Zijn volk redden van de zonden. Daardoor zal in vervulling gaan wat God door de profeet Jesaja heeft gezegd: 23  Een maagd zal een kind krijgen! En zij zal het kind Immanuël noemen. Dit betekent ‘God is met ons.” 24  Daarna werd Jozef wakker. 25  Hij deed wat de engel had gezegd en trouwde met Maria. Maar hij had geen gemeenschap met haar tot na de geboorte van het kind. En Jozef noemde Hem Jezus

NBG Math 1:18 ¶ De geboorte van Jezus Christus geschiedde aldus. Terwijl zijn moeder Maria ondertrouwd was met Jozef, bleek zij, voordat zij gingen samenwonen , zwanger te zijn uit de heilige Geest.   19  Daar nu Jozef, haar man, rechtschapen was en haar niet in opspraak wilde brengen, was hij van zins in stilte van haar te scheiden.   20  Toen die overweging bij hem opkwam,  zie, een engel des Heren verscheen hem in de droom en zeide: Jozef,  zoon van David, schroom niet Maria , uw vrouw, tot u te nemen, want wat in haar verwekt is, is uit de heilige Geest.   21  Zij zal een zoon baren en gij zult Hem de naam Jezus geven. Want Hij is het die zijn volk zal redden van hun zonden.   22  Dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden hetgeen de Here door de profeet gesproken heeft, toen hij zeide :   23  Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon baren, en men zal Hem de naam Immanuel geven, hetgeen betekent: God met ons.   24  Toen Jozef uit zijn slaap ontwaakt was , deed hij, zoals de engel des Heren hem bevolen had en hij nam zijn vrouw tot zich.   25  En hij had geen gemeenschap met haar, voordat zij een zoon gebaard had. En hij gaf Hem de naam Jezus.

Sommige mensen vragen zich af of Jezus echt bestaan heeft. Ik twijfel daaraan niet.

Het historische bewijs voor zijn bestaan is voldoende om iedereen te overtuigen, behalve hen die vastbesloten zijn te geloven dat Hij nooit heeft bestaan, welk bewijs ook aangevoerd wordt.[i] Een van de dingen die mij in Jezus aanspreekt is dat Hij zo midden in het leven stond, en tussen de mensen. 
“een verrassend groot aantal woorden van Jezus bevat ‘wijze uitspraken over het leven’. Ze zeggen onverbloemd, hoe het leven is. Jezus heeft blijkbaar mensen precies en trefzeker geobserveerd en wil hen waarschuwen om het doel in hun ‘leven’ niet mis te lopen”[ii]

[i] Daarover het volgende: Jezus was een jood die leefde in de eerste eeuw van onze jaartelling in een gebied dat nu bekend staat als Palestina, ten tijde van het bewind van Tiberium Caesar, en Hij werd veroordeeld tot de dood aan het kruis onder Pontius Pilatus. De Romeinse geschiedkundige Tacitus vermeldt dat christenen hun naam hebben afgeleid van ‘Christus, wiens doodvonnis werd voltrokken door de hande van de procurator Pontius Pilatus onder het bewind van Tiberius’(Tacitus, Annalen, XV, 44:3)

[ii] Klaus Berger,1996,Wie was Jezus werkelijk, blz 98.

B. Jezus de Zoon van God (JHWH).

In de bijbel staat:

Johannes 3:16  Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. (het boek.  16  Want God heeft zoveel liefde voor de wereld, dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven; zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.)

Mattheus 3:16  Terstond nadat Jezus gedoopt was,  steeg Hij op uit het water. En zie , de hemelen openden zich, en hij zag de Geest Gods nederdalen als een duif en op Hem komen.    17  En zie, een stem uit de hemelen zeide: Deze is mijn Zoon , de geliefde, in wie Ik mijn welbehagen heb ( het boek: math3: 16  Na gedoopt te zijn, klom Jezus meteen op de oever. De hemel scheurde open en Johannes zag dat de Geest van God in de vorm van een duif op Jezus neerdaalde. 17  Een stem uit de hemel zei: “Dit is mijn geliefde Zoon; Hij verheugt mijn hart.”)

1.B       Wie waren zijn hulpvragers?

In de bijbel staat:

Marcus 2. 5  En het geschiedde, toen Hij aanlag in zijn huis, dat vele tollenaars en zondaars mede aanlagen met Jezus en zijn discipelen; want zij waren talrijk en zij volgden Hem. 

16  En toen de schriftgeleerden der Farizeeen Hem met de zondaars en tollenaars zagen eten, zeiden zij tot zijn discipelen: Waarom eet Hij met de tollenaars en zondaars

17  En Jezus hoorde het en zeide tot hen: Zij, die gezond zijn, hebben geen geneesheer nodig, maar zij, die ziek zijn. Ik ben niet gekomen rechtvaardigen te roepen, maar zondaars .    

Zieken en zondaars. 

Wie is een zondaar?

God maakt geen onderscheid, God discrimineert niet, alle mensen zondigen (veel of weinig)  ongeacht ras of kleur.

Jezus is gekomen voor alle mensen.

Lucas 15: 7  Ik zeg u, dat er alzo blijdschap zal zijn in de hemel over een zondaar, die zich bekeert, meer dan over negenennegentig rechtvaardigen, die geen bekering nodig hebben. 

Luc 15:7  Zo is ook in de hemel meer blijdschap over één zondaar die bij God terugkomt dan over 99 anderen die niet verdwaald waren.

1.C       Wat was Zijn houding.

Mattheus 11: 28-29  Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; 

Komt tot MIJ en Leert van Mij.
Dat wil ik wel, daarvoor wil ik eerst naar Zijn houding kijken.
Hieronder wil ik een aantal houdingsaspecten benoemen, kort uitleggen wat ik er mee bedoel en dan een voorbeeld beschrijven hoe over Jezus beschreven is.

Zijn houding: 

    • Hebreen 4:14  Maar Jezus, de Zoon van God, is onze grote hogepriester, Die naar de hemel is gegaan om ons te helpen; daarom moeten wij geen ogenblik aan Hem twijfelen. 15  Deze hogepriester begrijpt onze zwakheden, omdat Hij dezelfde verleidingen heeft gekend als wij; maar Hij heeft er geen ogenblik aan toegegeven; Hij heeft nooit gezondigd.( NBG14 Daar wij nu een grote hogepriester hebben , die de hemelen is doorgegaan, Jezus , de Zoon van God, laten wij aan die belijdenis vasthouden.   15  Want wij hebben geen hogepriester,  die niet kan medevoelen met onze zwakheden, maar een, die in alle dingen op gelijke wijze als wij is verzocht geweest , doch zonder te zondigen)

    • Lucas: 47 ¶ Hij was nog niet uitgesproken of er kwam een troep mannen aan. Judas, één van de twaalf discipelen, ging voor hen uit. Hij liep op Jezus toe en groette Hem met een kus. 48  “Judas”, zei Jezus. “Hoe kun je dit doen? Mij verraden met een kus!” 49  Toen de andere discipelen zagen wat er ging gebeuren, riepen ze: “Meester, zullen we erop los slaan? We hebben zwaarden bij ons!” 50  Eén van hen zwaaide met zijn zwaard en sloeg de knecht van de hogepriester het rechteroor af. 51  “Houd op!” zei Jezus. Hij raakte het gewonde oor aan en genas het. NBG 47 ¶ Terwijl Hij nog sprak, zie,  daar kwam een schare en hij, die Judas genoemd werd, een van de twaalven, liep voor hen uit en hij naderde Jezus om Hem te kussen.   48  En Jezus zeide tot hem: Judas,  verraadt gij de Zoon des mensen met een kus ?   49  Toen zij, die bij Hem waren, zagen wat er ging gebeuren, zeiden zij, Here , willen wij met het zwaard erop slaan ?   50  En iemand van hen trof de slaaf van de hogepriester en sloeg hem het rechteroor af.   51  Maar Jezus antwoordde en zeide : Laat het hierbij. En Hij raakte het oor aan en genas hem. 

    • Lucas 7:24 Jezus sprak met de mensen over Johannes. “Naar wat voor man zijn jullie gaan kijken daar in de woestijn? Was hij een rietstengel, die door de wind heen en weer wordt bewogen? 25  Had hij dure kleren aan? Nee! Mensen met dure kleren en een luxe leven moet u in een paleis zoeken, niet in de woestijn. 26  Hebt u dan een profeet gezien? 27  Ja, zelfs meer dan een profeet. Over hem werd geschreven: ‘Let op! Ik stuur mijn boodschapper voor u uit. Hij zal baanbrekend werk voor u doen.’ (A) 28  Er is geen mens groter dan hij. 29  Allen die Johannes hoorden (zelfs de tolontvangers) hebben erkend dat Gods eisen juist waren en lieten zich dopen. 30  Behalve de Farizeeërs en de godsdienstleraars. Die keurden het plan van God af en wilden zich niet door Johannes laten dopen. 31  Wat moet men van zulke mannen zeggen? Waarmee kan men hen vergelijken? 32  Zij zijn net kinderen die op straat spelen en tegen de andere kinderen zeggen: ‘Wij hebben muziek gemaakt en jullie wilden niet dansen. Wij hebben begrafenisje gespeeld en jullie wilden niet treuren!’ 33  Want Johannes de Doper leefde uiterst sober. Hij at geen brood en dronk geen druppel wijn. En u zei: ‘Hij heeft een boze geest.’ 34  Ik eet en drink heel gewoon en u zegt: ‘Die Jezus is een veelvraat en een drinker! Mooie vrienden heeft Hij: Tollenaars en slechte mensen!’ 35  De praktijk zal wel uitwijzen of u gelijk hebt.”    36 ¶ Een van de Farizeeërs nodigde Jezus uit bij hem thuis te komen eten. Jezus nam die uitnodiging aan en ging aan tafel. 37  Er was in die stad een vrouw met een slechte reputatie, die hoorde dat Jezus bij de Farizeeër aan tafel aanlag. 38  Ze ging naar Hem toe met een flesje kostbare parfum en knielde achter Hem neer bij Zijn voeten. De tranen liepen haar over de wangen en zij vielen op de voeten van Jezus. Ze droogde Zijn voeten met haar lange haren af, kuste ze en goot er de parfum over uit. 39  De Farizeeër zag dit allemaal aan en dacht bij zichzelf: “Nee, Jezus is geen profeet. Als Hij door God was gestuurd, zou Hij wel weten wat voor een slechte vrouw zij is. Dan zou Hij Zich niet door haar hebben laten aanraken.

    • Matheus 21:12 Jezus ging naar de tempel en joeg de handelaars en hun klanten eruit. De tafels van de geldwisselaars en de kraampjes van de duivenhandelaars gooide Hij omver.13  “Er is geschreven dat Gods huis een huis van gebed moet zijn. Maar wat hebt u ervan gemaakt? Een rovershol!” zei Hij.14  Er kwamen allemaal blinde en lamme mensen naar Hem toe en Hij genas hen.

      Jezus houding is ook wel volgzaam te noemen: daarmee bedoel ik in het geheel niet trots en kwaadwillig

    • Matheus 14:14 En toen Hij uit het schip ging,  zag Hij een grote schare, en Hij werd met ontferming over hen bewogen en genas hun zieken. 
    • Matheus 15:32  Maar Jezus riep zijn discipelen tot Zich en zeide: Ik heb medelijden met de schare, want zij zijn nu reeds drie dagen bij Mij gebleven en hebben niets te eten. En zonder voedsel wegzenden wil Ik hen niet , zij mochten eens onderweg bezwijken.
    • Matheus 9:35  En Jezus ging alle steden en dorpen langs en leerde in hun synagogen en verkondigde het evangelie van het Koninkrijk en genas alle ziekte en alle kwaal.   36  Toen Hij de scharen zag, werd Hij met ontferming over hen bewogen, daar zij voortgejaagd en afgemat waren , als schapen die geen herder hebben.

    • Johannes 8:3  De godsdienstleraars en Farizeeërs brachten een vrouw bij Hem, die op overspel was betrapt. Zij duwden haar midden in de kring en zeiden: 4  “Meester, deze vrouw is op heterdaad betrapt terwijl zij overspel pleegde. 5  In de wet van Mozes staat dat wij zo’n vrouw moeten stenigen. Wat is Uw mening?” 6  Zij waren erop uit Hem in de val te laten lopen. Dan zouden zij een reden hebben om Hem aan te klagen. Jezus ging op Zijn hurken zitten en schreef met Zijn vinger in het stof. 7  Toen zij bleven aandringen, stond Hij op en zei: “Laat hij die zelf nooit zondigt, de eerste steen maar gooien!” 8  Hij hurkte opnieuw en begon weer te schrijven. 9  Na deze woorden dropen de mannen één voor één af, de leiders het eerst. Jezus bleef alleen met de vrouw achter. 10  Hij stond op en vroeg: “Waar is iedereen? Heeft niemand u veroordeeld?” 11  “Nee, Here”, antwoordde zij. “Wel”, zei Jezus, “Ik veroordeel u ook niet. Ga maar en doe vanaf nu geen slechte dingen meer.”

Matheus 23: 13 ¶ Maar pas op, godsdienstleraars en Farizeeërs! Huichelaars! Want u belet mensen het Koninkrijk van de hemelen in te gaan. En zelf gaat u er ook niet in! De mensen die er in willen gaan, worden door u tegengehouden. 14  U doet wel heel vroom door in het openbaar lange gebeden uit te spreken. Maar intussen berooft u de weduwen en de wezen! U zult daarvoor uw straf wel krijgen! 15  U bent stuk voor stuk huichelaars! Want u trekt stad en land door om één mens tot uw geloof te bekeren en dan wordt die wel twee keer zo slecht als u bent: klaar voor de hel! 16  Jullie zijn blinde leiders!

1D.         Hoe verleende Jezus hulp.

als Leraar:

Marcus 1:22 En zij stonden versteld over zijn leer, want Hij leerde hen als gezaghebbende, en niet als de schriftgeleerden. 

Direct volgt het voorbeeld: vs23  En terstond was er in hun synagoge een mens met een onreine geest en hij schreeuwde luid,  24  zeggende: Wat hebt Gij met ons te maken, Jezus van Nazaret? Zijt Gij gekomen om ons te verdelgen? Ik weet wel, wie Gij zijt: de heilige Gods. 25  En Jezus bestrafte hem zeggende : Zwijg stil en ga uit van hem.  26  En de onreine geest deed hem stuiptrekken en ging onder groot geschreeuw van hem uit. 27  En allen werden zeer verbaasd, zodat zij elkander vroegen, zeggende : Wat is dit? Een nieuwe leer met gezag! Ook de onreine geesten geeft Hij bevelen en zij gehoorzamen Hem! 

Lucas 10: 25 Op een dag was er een godsdienstleraar die wilde onderzoeken of Jezus’ ideeën wel zuiver waren. “Meester”, vroeg hij, “wat moet ik doen om eeuwig leven te krijgen?” 26  Jezus vroeg: “Wat zegt de wet van Mozes daarover?” 27  Hij antwoordde: “U moet van de Here, uw God houden met heel uw hart, heel uw ziel, heel uw kracht en heel uw verstand. En u moet net zoveel van uw medemens houden als van uzelf.” 28  “Goed!” zei Jezus. “Doe dat en u zult eeuwig leven krijgen.”

29  De man voelde zich aangesproken. Om zich te rechtvaardigen, vroeg hij: “Wie is eigenlijk mijn medemens?”

30  Als antwoord gaf Jezus hem dit voorbeeld: “Een man reisde van Jeruzalem naar Jericho. Onderweg werd hij door rovers overvallen. Zij rukten hem de kleren van het lijf, sloegen hem bont en blauw en lieten hem halfdood langs de weg liggen. 31  Toevallig kwam een priester langs. Maar toen hij de man zag liggen, ging hij aan de overkant van de weg voorbij. 32  Een tempeldienaar die voorbijkwam, deed hetzelfde en liet de man gewoon liggen. 33  Gelukkig kwam er ook iemand langs die medelijden kreeg toen hij hem daar zag liggen. Het was een Samaritaan, een vijand van de Joden. 34  De Samaritaan knielde naast hem neer, verzorgde zijn wonden met olie en wijn en legde er verband om. Daarna tilde hij hem op zijn ezel en ging er zelf naast lopen. Zij kwamen bij een herberg, waar hij hem verder verzorgde. 35  De volgende morgen gaf hij de herbergier twee zilveren munten en zei: ‘Zorg goed voor hem. Mocht dit geld niet genoeg zijn, dan betaal ik de rest de volgende keer wel.’ 36  Wat denkt u? Wie van deze drie was de medemens van het slachtoffer van de roofoverval?”

37  “De man die medelijden met hem had”, was het antwoord. “Precies”, zei Jezus. “Volg zijn voorbeeld dan.”

Mattheus 13:34  Dit alles zeide Jezus in gelijkenissen tot de scharen en zonder gelijkenis zeide Hij niets tot hen, 

 

Lucas 12: 14  Jezus antwoordde: “Beste man, hoe komt u erbij dat Ik rechter over u wil zijn? Met erfeniskwesties houd Ik Mij niet bezig.”

15  “Dat is nou iets waarvoor u moet oppassen”, zei Hij tegen de mensen. “Verlang niet steeds naar dingen die u niet hebt. Want het leven bestaat niet uit het hebben van veel spullen.” 16  Hij maakte dit duidelijk met een gelijkenis. “Een rijk man had heel vruchtbaar land en de oogst was zo groot dat die niet in de schuren kon. 17  (17-18) De man vroeg zich af waar hij alles moest laten. Ineens wist hij het. ‘Ik breek mijn schuren af en zet er grotere voor in de plaats’, zei hij. 19  ‘Dan heb ik ruimte genoeg om alles op te slaan. Als het klaar is, zal ik tegen mezelf zeggen: Jongen, je hebt voor jaren genoeg. Neem het er eens van: Eet, drink en geniet.’ 20  Maar God zei tegen hem: ‘Dwaas! Vannacht zult u sterven. En wie krijgt nu alles wat u achterlaat?’ 21  Zo gaat het met iemand die altijd maar meer wil hebben, maar in Gods ogen een armoedzaaier is.”

als Vergever:

Jezus en zondaars. (zonde = je doel missen)
26 ¶ Tijdens het eten nam Jezus een brood, dankte God ervoor, brak het en gaf het aan Zijn discipelen. “Neem dit”, zei Hij, “en eet het op, want dit is mijn lichaam.”

27  Daarna nam Hij een beker wijn, dankte God ervoor en gaf die aan hen.

28  “Drink er allemaal uit”, zei Hij. “Dit is mijn bloed, waarmee het nieuwe verbond wordt bezegeld. Het zal vloeien om vergeving van de zonden te bewerken.

29  Let op mijn woorden: Ik zal geen wijn meer drinken tot de dag dat Ik met jullie nieuwe wijn zal drinken in het Koninkrijk van mijn Vader.”

30  Na de maaltijd zongen zij een lied tot eer van God en gingen vervolgens naar de Olijfberg.

 

Marcus 2:6  Nu waren daar enige van de schriftgeleerden gezeten en zij overlegden in hun harten: 

7  Wat spreekt deze aldus? Hij lastert God. Wie kan zonden vergeven dan God alleen? 

8  En Jezus doorzag terstond in zijn geest, dat zij aldus in zichzelf overlegden, en Hij zeide tot hen: Waarom overlegt gij deze dingen in uw harten? 

9  Wat is gemakkelijker, tot de verlamde te zeggen: Uw zonden worden vergeven , of te zeggen: Sta op en neem uw matras op en wandel ? 

10  Maar, opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft op aarde zonden te vergeven; zeide Hij tot de verlamde: 

11  Tot u zeg Ik, sta op, neem uw matras op en ga naar uw huis. 

12  En hij stond op, nam terstond zijn matras op en ging voor aller oog naar buiten, zodat zij allen ontzet waren en God verheerlijkten, zeggende : Zo iets hebben wij nog nooit gezien!

 

Marcus 2: 5  (Het boek): Jezus zag dat zij er gewoon niet aan twijfelden of Hij hun vriend zou helpen. Hij zei tegen de verlamde man: “Ik vergeef u al uw zonden.”

6  Er zaten ook een paar Joodse godsdienstleraars in dat huis. Toen die dit hoorden, dachten ze bij zichzelf:

7  “Hoe durft Hij! Hij spot met God! Er is er maar één die de mensen hun zonden kan vergeven en dat is God!”

8  Jezus wist wel wat er in hen omging en zei tegen hen: “Waarom windt u zich zo op over mijn woorden?

9  Mag Ik hem zijn zonden niet vergeven? Maar als Ik nu tegen deze verlamde man zeg dat hij moet gaan staan en naar huis lopen? Mag Ik dat ook niet zeggen?

10  God heeft Mij (de Mensenzoon) de bevoegdheid gegeven zonden te vergeven. Als iemand van Mij vergeving krijgt, hééft hij vergeving gekregen.”

11  Daarop zei Hij tegen de verlamde man: “Sta op, ga naar huis en neem uw draagbaar mee.”

12  De man sprong overeind, nam zijn draagbaar onder de arm en liep tussen de verblufte omstanders door naar buiten. Er steeg een gejuich op tot eer van God. “Zoiets hebben wij nog nooit gezien!” reageerde iedereen.

als Dokter:

Jezus wees mensen op hun eigen verantwoordelijkheid.
En als zij van Jericho uitgingen, is Hem een grote schare gevolgd. 30  En ziet, twee blinden, zittende aan den weg, als zij hoorden, dat Jezus voorbijging, riepen, zeggende: Heere, Gij Zone Davids! ontferm U onzer. 31  En de schare bestrafte hen, opdat zij zwijgen zouden; maar zij riepen te meer, zeggende: Ontferm U onzer, Heere, Gij Zone Davids! 32  En Jezus, stil staande, riep hen en zeide: Wat wilt gij, dat Ik u doe? 33  Zij zeiden tot Hem: Heere! dat onze ogen geopend worden. 34  En Jezus, innerlijk bewogen zijnde met barmhartigheid, raakte hun ogen aan; en terstond werden hun ogen ziende, en zij volgden Hem.

Jezus raakt mensen aan: 
Macus 7: 32 Daar werd een dove man bij Hem gebracht, die ook nauwelijks kon praten. De mensen vroegen Jezus of Hij Zijn hand op deze man wilde leggen om hem te genezen. 33  Jezus nam hem apart. Hij stak Zijn vingers in de oren van de man, spuugde en raakte zijn tong aan. 34  Daarna keek Hij naar de hemel en zei met een zucht: “Ga open.” 35  De man kon ineens goed horen en spreken.
Marcus 1: 40 En een melaatse kwam tot Hem,  die voor Hem op de knieen viel, en smekende tot Hem zeide: Indien Gij wilt , kunt Gij mij reinigen. 41  En met barmhartigheid bewogen, strekte Hij zijn hand uit, raakte hem aan en zeide tot hem: Ik wil het, word rein!  42  En terstond verliet hem de melaatsheid en hij werd rein.

als Vriend:

Lucas 7: 34  De Zoon des mensen is gekomen, wel etende en drinkende, en gij zegt : Zie, een vraatzuchtig mens en een wijndrinker, een vriend van tollenaars en zondaars! 

 

Lucas 7:34  Ik eet en drink heel gewoon en u zegt: ‘Die Jezus is een veelvraat en een drinker! Mooie vrienden heeft Hij: Tollenaars en slechte mensen!’

 

Lucas 12:1  Toen intussen duizenden mensen waren bijeengekomen, zodat zij elkander verdrongen , begon Hij te spreken, in de eerste plaats tot zijn discipelen: Wacht u voor de zuurdesem, dat is de huichelarij, der Farizeeen. 

2  Er is niets bedekt, of het zal geopenbaard worden, en verborgen , of het zal bekend worden. 

3  Daarom, al wat gij in het donker gesproken hebt, zal in het licht gehoord worden en wat gij aan het oor gezegd hebt, in de binnenkamer, zal van de daken gepredikt worden. 

4  Ik zeg u, mijn vrienden,  vreest hen niet, die het lichaam doden en daarna niets meer kunnen doen. 

 

Johannes 11: 5  Jezus nu had Marta en haar zuster en Lazarus lief.

 

  (5-6) Hoewel Jezus veel van Martha, Maria en Lazarus hield, maakte Hij geen aanstalten naar hen toe te gaan.

 38 ¶ Terwijl zij op reis waren , kwam Hij in een zeker dorp. En een vrouw, Marta geheten,  ontving Hem in haar huis. 

39  En deze had een zuster, genaamd Maria, die, aan de voeten des Heren gezeten, naar zijn woord luisterde . 

40  Marta echter werd in beslag genomen door het vele bedienen. En zij ging bij Hem staan en zeide: Here, trekt Gij het U niet aan, dat mijn zuster mij alleen laat dienen? Zeg haar dan, dat zij mij komt helpen . 

41  Maar de Here antwoordde en zeide tot haar: Marta, Marta, gij maakt u bezorgd en druk over vele dingen , 

42  maar weinige zijn nodig of slechts een ; want Maria heeft het goede deel uitgekozen, dat van haar niet zal worden weggenomen. 

 

Lucas 10:38  Tijdens hun reis naar Jeruzalem kwamen Jezus en Zijn discipelen in een dorp waar zij gastvrij werden ontvangen door een zekere Martha.

39  De zuster van deze vrouw, Maria, ging meteen bij Jezus zitten om naar Hem te luisteren.

40  Maar Martha had het veel te druk met het klaarmaken van het eten. Op een gegeven ogenblik werd het haar teveel. Zij kwam bij Jezus staan en zei: “Here, hoe kunt U het goed vinden dat mijn zuster hier maar zit en ik al het werk moet doen! Zeg toch tegen haar dat zij mij moet helpen.”

41  (41-42) “Martha, Martha”, antwoordde Jezus. “Wat maak je je toch druk! In het leven heb je niet zoveel nodig. Eigenlijk maar één ding. Maria heeft dat ene ontdekt en het zal haar niet worden afgenomen.”

Johannes 11: 35  Jezus huilde. 36  De Joden zeiden tegen elkaar: “Je kunt wel zien dat Hij veel van Lazarus hield.”

Johannes 35:11  Jezus weende.  36  De Joden dan zeiden: Zie, hoe lief Hij hem had! 

Matheus 23: 13 Maar pas op, godsdienstleraars en Farizeeërs! Huichelaars! Want u belet mensen het Koninkrijk van de hemelen in te gaan. En zelf gaat u er ook niet in! De mensen die er in willen gaan, worden door u tegengehouden.14  U doet wel heel vroom door in het openbaar lange gebeden uit te spreken. Maar intussen berooft u de weduwen en de wezen! U zult daarvoor uw straf wel krijgen!15  U bent stuk voor stuk huichelaars! Want u trekt stad en land door om één mens tot uw geloof te bekeren en dan wordt die wel twee keer zo slecht als u bent: klaar voor de hel!16  Jullie zijn blinde leiders! U zegt dat het niets betekent als iemand bij de tempel zweert. Dan mag hij zijn eed breken. Maar zweert hij bij het goud van de tempel, dan moet hij zijn eed houden.17  Wat een domme redenering! U bent stekeblind. Wat is belangrijker? Het goud of de tempel waardoor het goud heilig wordt?18  Nog zoiets: U zegt dat het niets betekent als iemand bij het altaar zweert. Maar zweert iemand bij het offer op het altaar, dan mag hij zijn eed niet breken.19  Jullie zijn werkelijk stekeblind! Wat is belangrijker? Het offer of het altaar dat het offer heilig maakt?20  Wie zweert bij het altaar, zweert bij het hele altaar.21  Wie zweert bij de tempel, zweert bij de tempel èn bij Hem, Die erin woont.22  En wie zweert bij de hemel, zweert bij de troon van God en bij God Zelf, Die op de troon zit.23  Godsdienstleraars en Farizeeërs! Het ziet er voor u slecht uit! Huichelaars, u geeft akelig precies tien procent van uw inkomen aan God. Maar waar het op aankomt (goedheid, medelijden en trouw) daar houdt u zich niet mee bezig. U moet het ene doen en het andere niet nalaten.24  Jullie zijn blinde leiders en zeven de wijn om er een mug uit te halen. Maar een kameel slikt u door.25  Godsdienstleraars en Farizeeërs! Het ziet er voor u slecht uit! Huichelaars, u maakt de bekers en schotels van buiten schoon, maar ziet niet dat ze van binnen vol roof en hebzucht zitten.26  Blinde Farizeeërs! Maak eerst de binnenkant van de beker schoon. Dan zal ook de buitenkant schoon worden.

 

27 Godsdienstleraars en Farizeeërs! Het ziet er voor u slecht uit! Huichelaars, jullie lijken op witgekalkte graven, die er van buiten mooi uitzien, maar van binnen vol doodsbeenderen en bederf zitten.28  U doet u heel vroom en oprecht voor, maar in uw hart bent u huichelachtig en slecht.

 

29  Godsdienstleraars en Farizeeërs, het ziet er voor u slecht uit! Huichelaars! U bouwt monumenten voor de profeten, die door uw voorouders om het leven zijn gebracht. U legt bloemen op de graven van goede, onschuldige mensen en zegt:30  ‘Als wij toen hadden geleefd, zouden wij de profeten nooit hebben vermoord.’31  U erkent dus dat u zonen bent van hen, die de profeten hebben vermoord.32  (32-33) Maak de maat maar vol. Slangen! Addergebroed! Hoe zult u aan het vreselijke oordeel van de hel ontkomen?

als Therapeut:

In de literatuur kwam ik daarover verschillende citaten tegen:

“Jezus appelleert aan levensinstincten. Dat is zijn therapie”[i]
“De radicaliteit van Jezus is een voor hem essentiële, therapeutische karaktertrek[ii]
”Jezus was de eerste gezinstherapeut”, “Hij geneest beschadigde ouder-kindrelaties, hij leert moeders loslaten en vaders vertrouwen[iii]

“Zijn therapie is vrij van verwijten[iv]

[i] Tolstoj, 2002. mijn kleine evangelie. Blz 21

[ii] Klaus Berger, 1996, blz 101.

[iii] Anselm Grün. Nederlands dagblad. 22 februari 2003.

[iv] Anselm Grun. 2002. blz 66

 

De EPT stijl. 

 

De EPT stijl. 

2.A       Wat is de EPT. (Ervaringsgerichte Psychosociale Therapie).

De EPT is een onderdeel van het Kempler Instituut Nederland (KIN). Het KIN is in 1980 opgericht door Roel Bouwkamp, Sonja Bouwkamp en Sjef de Vries, in nauwe samenwerking met de Amerikaanse psychiater dr. Walter Kempler, een van de grote pioniers op het gebied van de gezinstherapie.

Het KIN is een onafhankelijk centrum voor opleiding, nascholing, consultatie, methodiekontwikkeling en beroepsinnovatie, met als doel het verbeteren van de kwaliteit, effectiviteit en efficiëntie van de psychosociale hulpverlening[i]

 

De opleiding EPT (nu Therapeutische opleiding EPH/GGT)

Het is een professionele en uiterst praktische opleiding. De cursisten leren op professionele manier hun zorg voor de cliënt te combineren met de zorg voor zichzelf. EPT richt zich op de actuele interactie in en tussen mensen. De startvraag ”wat wil je en van wie” is een vraag die de therapeut onafgebroken aan iedereen moet leren te stellen, zichzelf incluis”

[i] Bouwkamp, 1999, blz. 473

 

Mijn Stijl: Nu & Toen.

Op pad met JHWH
Op pad met JHWH

Mijn Stijl 

Wie ben ik?

Ik ben een prettige actieve man, die zeer gemotiveerd en leergierig is en een positieve instelling heeft. Ik wil heel graag met mijzelf aan de slag, mijzelf leren kennen en ben daar serieus er hard mee aan ´t werk. Mijn gedrevenheid is aanstekelijk maar wordt van de andere kant gevoed door ´t allemaal wel erg goed willen doen.

Ik werk met mijzelf en anderen vnl. met:

  • Confrontatie/strijdlust/uitdaging
  • Hardwerken/actie
  • Zorgzaam zijn
  • Alleen doen
  • Strengheid/beheersing

(Ik werk hard om meer bij mijzelf stil te staan en te zien wat ik voel i.p.v. in de actie te schieten. Hoewel ik zeg dat ik graag geconfronteerd wil worden met mijzelf ben ik eigenlijk bang om echt intiem te worden met mijzelf(en anderen). Bang om daar allerlei “slechts” tegen te komen en daarop veroordeelt te zullen worden. (door wie eigenlijk?)

Inmiddels weet ik dat ik in de intimiteit met mijzelf en anderen een hele aardige positieve jongeman vind die pijn en verdriet met zich mee draagt en nog niet goed weet hoe daarmee om te gaan.) weg??

In de zoektocht naar wat Jezus deed herkende ik mij heel erg in wat Tolstoj schrijft, en blij voor mij al ruim voor mijn 50ste :

“Ik ben tot het christendom gekomen niet langs de weg van theologisch of historisch onderzoek, maar doordat ik in mijn vijftigste levensjaar mijzelf en alle wijzen in mijn omgeving vroeg wie ik was en waaruit de zin van mijn leven bestond. Daarop kreeg ik het antwoord: je bent een toevallige verzameling deeltjes, het leven heeft geen zin, en het leven zelf is een kwaad – en vanwege dit antwoord verviel ik tot wanhoop en wilde zelfmoord plegen. Maar toen bedacht ik wat vroeger in mijn kinderjaren, de periode waarin ik nog geloofde, voor mij de zin van het leven was geweest, en dat gelovigen om mij heen – de meerderheid van hen die niet door rijkdom werden verdorven – gelovig zijn en een waarachtig leven leidden, begon ik te twijfelen aan de juistheid van het antwoord dat mij was gegeven” ..

…“ik begon kortom het christendom te bestuderen en in de christelijke leer datgene te bestuderen wat het leven van mensen richting geeft.”…

…”en behalve de verheven christelijke leer vond ik er nauw mee verbonden  twee leren die er wezensvreemd aan zijn: de joodse en de kerkelijke leer.”…

…’en toen ik de bron van het licht eenmaal had gevonden, werd ik erdoor verblind en kreeg ik ineens volledige antwoorden op mijn vragen naar de zin van mijn leven en het leven van andere mensen, antwoorden die volkomen overeenkwamen met alle mij bekende antwoorden van andere volkeren en die deze volgens mij zelf allemaal overtroffen.”…

…’toen ik mijn werk begon, had ik nog twijfels, waren er nog pogingen tot kunstmatige verklaringen, maar hoe verder ik kwam met mijn studie, des te duidelijker en helderder alles werd en hoe onbetwijfelbaarder de waarheid…”[i]

Ik liep ook aan tegen het gevoel van zinloosheid en de manier waarop de Joden of de kerk voorschijven hoe je moet leven. Ik ging ook op zoek naar de “waarheid”.

[i] Lev Tolstoj, 2002. mijn kleine evangelie. Blz. 21-22


Beschreven in 2003. (Interessant om te kijken hoe dat door de jaren heen nog verandert is).

Wie zijn mijn hulpvragers?

Wat is mijn houding als hulpverlener?

Hoe wil ik hulpverlenen?

 

Jouw Stijl?